Otto-Pedagoog

Gewapend met m´n perfect geformuleerde beeldvorming en doelstellingen sta ik voor de deur van De Vlinder. Dit wordt de perfecte woonplek voor Sophie. Alleen nog even goed afstemmen.

Twee uur later gooi ik het document in de eerste de beste papierversnipperaar, en slof naar mijn bureau. In m’n hand het kladje met namen van ongepland nieuwe groepsgenoten, en de medicatie nav die toeval-achtige gedragingen van gister. In mijn hoofd de opmerkingen over zieke en/of  zwangere begeleiders en de per uur wisselende gezichten van welwillende maar weinigwetende invallers. En of ik niet kan kijken hoe we Sophie wat meer ontspannen kunnen krijgen…

Waar opleidingen – erg terecht - zwaar investeren in methodiek en proces-management, staat elke afgestudeerde niet alleen blij met een diploma in de handen, maar ook bleu met de mond vol tanden en 2 linkerhanden op dag-1-in-het-diepe. En op dag 300 nog steeds. Verdwaasd bladert zij nog eens in haar al naar zolder verhuisde studieboeken, op zoek naar de paragraaf ‘hoe om te gaan met schimmelnagels, verhuizingen en zwangerschappen’. Het staat vast in de voetnoot bij het geweldige hoofdstuk over ‘de eigen stem van de persoon met ernstige meervoudige beperkingen’.

Puinruimen zou een vak moeten zijn.  Meneer de vuilnisman, de blaadjesharker bij de NS, de papiertjesprikker, zíj worden daarvoor aangenomen. Handen uit de mouwen, voor een schoner milieu. En morgen weer. Maar waar staat dat in ónze functie-omschrijving?

Hier in Twente hebben ze het blijkbaar door. Hier is mijn functienaam al aangepast aan de functie-inhoud. Hier ben ik de Ottooo-Pedagoog! J

En na enig denkwerk concludeer ik dat het eigenlijk wel klopt. Maar dat je ook heel deskundig, systematisch en doelgericht kunt puinruimen. Moet puinruimen.

Niet kunnen praten, bewegen en eten, wél benauwd zijn, verkrampen en zweten, en wél samenleven met nog 10 clubgenoten en 10 ‘kapiteins op het schip’, dat alles levert elke dag weer puin op.  Rotzooi, zoals onbegrip, frustratie, verveling en noem nog maar wat vuilnis waar een mens niet blij van wordt. Met die rommel voor de deur is het zicht behoorlijk vertroebeld en de bewegingsvrijheid meer dan meervoudig beperkt.

Als we elke dag hetzelfde rondje zooi ophalen, in goed geformuleerde Otto’s, met de juiste mensen in het juiste tempo, dan is er weer ruimte om te genieten van schoonheid. Om foto’s te kijken, te schilderen of koffie te drinken. Dan is er vooruitgang en geluk mogelijk.

De ‘stank’, ‘vieze handen’ en dagelijkse terugkeer van dit alles zijn geen ongewenste bijwerkingen, maar je eerste prioriteit. Daar heb je voor geleerd. Blijkbaar.

Leve de Otto-pedagoog, de Kliko-ördinator en de Bio-begeleider!