Geborgen

Op het moment dat deze nieuwsbrief op je scherm verschijnt zit ik waarschijnlijk op een ander scherm kwijlend te kijken naar ons nieuwste wurmpie van 25 cm en 300 gram, hopelijk heftig bewegend en ‘met alles erop en eraan’. Alleen nog groeien, om over 20 weken zonder al te veel (kleer)scheuren eruit geperst te  worden. We zijn blij met nummer 3. Maar  meer dan ooit beseffen we hoe wonderlijk kwetsbaar dit nu nog verborgen leven is. We hebben maar een piepkleine bijdrage geleverd voor het ontstaan, en de ontwikkeling moeten we – behalve natuurlijk alcoholloos leven – volledig uit handen geven. De twintigweken-echo is daarom niet alleen vol spanning op zoek naar een piemeltje (hoe dat eruit ziet weten we heel goed ;-)).  Nee, de medische reden van deze echo is bijna een reden om hem niet te willen. De impliciete oproep om een eventuele handicap uit de wereld te helpen gaat in tegen alles waar we in geloven.

Uit ons werk weten we natuurlijk heel goed hoe fout het kan gaan, en hoe zwaar dat is. Een bijna onhoorbare stem, pijn, volledige afhankelijkheid, levenslange zorg. Daar kiest niemand voor. Er blijven situaties waar geen keuze is. Sneeuw op het spoor, gestoorde automobilist op Koninginnedag, een miskraam… Niet vergelijkbaar misschien? Het punt is: niet altijd zijn we ‘in control’, hoe sterk dat ook zo wordt voorgesteld. Schijn bedriegt! We zijn God niet.

Nog voordat de echodame bezorgd kan gaan kijken omdat er misschien  iets niet zou kloppen, zie ik daar straks ‘ons kind’. Een kind dat bescherming nodig heeft. Misschien wel meer dan ik hoop. En misschien nog meer dan op dat moment zichtbaar is. Geen keuze.

Het bericht verscheen, dat er dit jaar geen melding is gedaan van het afbreken van late zwangerschappen of het laten sterven van pasgeboren baby’s ‘op basis van ondraaglijk en uitzichtloos lijden’. Vóór de komst van de deskundigheidscommissie gebeurde dit echter nog 15 tot 20 keer per jaar…

Ik ken de baby’s niet. Ik ken hun lijden niet. (Wie wel?) Ik kan dan ook niet een gedegen oordeel geven en hoop het nooit mee te maken.

Maar toch…  Niet melden? Terwijl het wel gebeurt? Dat voelt als de stilte in onze kinderkamer na een hoop herrie en 3 waarschuwingen.  Als ik dan de onvermijdelijke schade kom inspecteren doet de 2 jarige boosdoener z’n oogjes dicht en draait z’n hoofd weg. ‘Ik ben hier niet, en er is hier niets gebeurd.’

Hm… Iets te verbergen?

Als we kwaliteit van zorg kunnen borgen, en uitdragen, kan dat uitzicht bieden in sommige, schijnbaar hopeloze, leventjes.

Dus als ons kindje straks gehandicapt of ziek blijkt te zijn, hoop en bid ik dat de artsen open, deskundig, mens- en God-erend handelen. En dat er – indien nodig - voldoende liefdevolle harten zijn die het weerloze kind een stem, handen en voeten kunnen geven.