Column Leendert van Dam
Ons mooie, vreemde werk
Een paar jaar geleden werkte ik nauw samen met een begeleidster die muziekactiviteiten deed met zeer ernstig verstandelijk gehandicapte mensen. Ik filmde haar tijdens deze activiteit en samen bespraken we deze opnames. Het was geweldig om haar aan het werk te zien en samen te kunnen praten over wat er gebeurde.
Ze had een keer om zich op ons gesprek voor te bereiden opnames meegenomen naar huis. Een vriendin van haar keek toevallig met haar mee. De vriendin was stomverbaasd over wat ze zag. ‘Ben je daar een hele dag mee bezig? Waarom doe je dat eigenlijk?”
Deze vragen, deze verbazing hadden haar diepgeraakt. Ze voelde zich aangevallen in haar werk, dat ze met zoveel toewijding deed. Er was nog iets anders: ze was teleurgesteld, dat ze niet in staat was geweest hier een afdoend antwoord op te geven. Ze kon er de woorden niet voor vinden.
Ik moest hier aan denken, toen ik me vorige week thuis aan het voorbereiden was op een dag cursus geven. Er waren mij opnames toegestuurd, die ik alvast zat te bekijken. Mijn aanstaande schoonzoon (aardige jongen trouwens) kwam binnen en keek even met me mee. Dezelfde verbazing. Dezelfde teleurstelling bij mij: ik kon niet goed antwoord geven. Wat ik ook probeerde, ik hoorde mezelf als het ware praten. Wat een gloedvol betoog had moeten worden, werden gortdroge woorden zonder al te veel samenhang.
Hoe komt dat toch? Is het dan toch waar, ons werk direct buiten de deur van de woning of van het lokaal waar we bezig zijn, geen enkele betekenis heeft? Dat is zo in tegenspraak met de liefde en betrokkenheid die je daar binnen ziet, die je ook bij veel ouders en familie ziet. Er klopt iets niet.
Gemeenschappelijk aan deze twee ervaringen is dat de opmerkingen werden gemaakt door buitenstaanders. Ze zien beelden van een wereld die ze niet kennen.
We hebben mooi werk, maar het is vreemd werk. Misschien krijgen we nog eens de kans daar wat aan te doen.
Leendert van Dam
|