Column Leendert van Dam
Klaas wil niet drinken.
Het was bijna te vanzelfsprekend om het op te schrijven. Klaas wil niet drinken. Moet je daar nog woorden aan vuil maken? Zo kennen we Klaas. Vanaf dat hij hier als in de puberleeftijd opgenomen. Tot nu: een man van ruim veertig jaar.
Drinken was altijd een crime. Hij protesteerde, verslikte zich. Je was allang blij als de benodigde hoeveelheid vocht naar binnen was gewerkt zonder al te grote ongelukken. Er is in de loop der jaren heel wat geprobeerd: andere soorten drinken, een andere benadering, een andere positie ten opzichte van hem. Soms hielp het wel, maar het was altijd van tijdelijke aard.
Kortom: het getuigde daarom wel van durf om juist dit onderwerp bij de kop te pakken, je er niet bij neer te leggen, dat dit nu eenmaal zo was. Een multi-disciplinair team gericht op eet- en drinkstoornissen werd ingeschakeld. alle onderwerpen werden weer systematisch doorgenomen:
- maakte het tijdstip waarop het drinken werd gegeven wat uit?
- maakte het wat uit of het rustig of onrustig is op de groep?
- maakte de soort drinken uit?
- moest er wat veranderd worden aan zijn houding als hij het drinken kreeg aangeboden?
Er was niet veel lijn in te ontdekken. Het ging de ene keer wat beter dan de andere keer, maar nergens was het idee, dat dát het nou was.
Uiteindelijk werd het idee aangedragen een ander soort beker te gebruiken: een beker die het mogelijk maakt rustig slokje voor slokje het drinken te geven. Het onverwachte gebeurt: Klaas drinkt, verslikt zich niet meer en heeft ook geen hekel meer aan drinken. Nu kan er verder gewerkt worden aan de andere onderwerpen: wat vindt hij lekker? in wat voor omgeving kan hij het meest genieten van zijn drinken?
Voor mij zijn dit topmomenten. Als zoiets basaals, dat meerdere keren op een dag terug komt, zo aangeboden kan worden, dat er van genoten kan worden, dan mag dat, om maar eens een keer een zeer afgesleten zin van stal te halen, een kleine stap voor de mensheid zijn, voor Klaas is het een reuzensprong.
Leendert van Dam
|